Nerissa Goedhardt

Nerissa Goedhart

Nerissa Goedhart

Marketing Manager

Voordat ze bij AirHub kwam, hield Nerissa zich ruim vijf jaar bezig met het vormgeven van de contentstrategie in fintech SaaS. Hier leidde ze gelokaliseerde campagnes voor CFO's en financiële teams in verschillende markten. Die ervaring in het vertalen van complexe, technische materie naar content die écht aanslaat, neemt ze direct mee in haar werk bij AirHub.

Bij AirHub leidt Nerissa de marketing voor alle markten van het bedrijf, waarbij ze ervoor zorgt dat de content overal direct vertrouwd aanvoelt. Ze richt zich in het bijzonder op klantervaringen—de momenten waarop een drone-missie de inzet van een team bij een incident ingrijpend verandert. Ze bezoekt regelmatig klanten op locatie om deze verhalen zelf vast te leggen. Doordat ze zelf ook haar drone-brevet heeft, begrijpt ze de operationele kant van de sector door en door, en niet alleen de software.

Gerelateerde artikelen

Nerissa Goedhart

Drone-in-a-Box-systeem met de drone bovenop het dockingstation, klaar voor de start

-

Content

Een praktische gids voor BVLOS-operaties in Europa

Voor een politie-eenheid, een beveiligingsteam of een infrastructuurbeheerder wordt een drone pas echt nuttig zodra deze buiten het gezichtsveld van de piloot kan vliegen. Met BVLOS-vluchten (Beyond Visual Line of Sight) kunt u een incident aan de andere kant van een stad bereiken, een groot terrein patrouilleren vanaf een dock, of een afgelegen asset inspecteren zonder het hele team te verplaatsen. Het regelgevend traject is duidelijker dan twee jaar geleden. Deze gids behandelt wat BVLOS in de praktijk betekent, de drie routes naar een vergunning, waar u staat met SORA 2.5, en wat er nodig is om de operatie uit te voeren zodra het papierwerk is geregeld.

Wat BVLOS betekent voor uw operatie

BVLOS staat voor 'beyond visual line of sight'. Het omvat elke vlucht waarbij de piloot op afstand, of een waarnemer, het luchtvaartuig niet meer met het blote oog kan zien.

Die ene stap verandert wat een droneprogramma kan presteren. Een team van hulpverleners kan een incidentlocatie enkele kilometers verderop al in beeld brengen voordat het eerste voertuig arriveert. Een beveiligingsteam kan een groot terrein patrouilleren met een Drone-in-a-Box (of dock) zonder dat er een piloot in het veld hoeft te zijn. Een netwerkbeheerder kan kilometers aan stroomleidingen of spoorlijnen inspecteren vanaf één startpunt.

De keerzijde is het toezicht. Wanneer u het luchtvaartuig niet kunt zien, neemt u meer verantwoordelijkheid op u om te weten waar het zich bevindt, wat eromheen gebeurt en wat er gebeurt als er iets uitvalt. De Europese regels zijn rondom die vraag opgebouwd, en dat is de reden waarom vrijwel elke BVLOS-vlucht in de specifieke categorie (Specific Category) van de EASA valt.

Waarom BVLOS-vluchten in Europa in de specifieke categorie vallen

De Europese droneregels verdelen vluchten in drie categorieën: Open, Specifiek en Gecertificeerd. Open is voor vluchten met een laag risico binnen het gezichtsveld. Gecertificeerd is voor vluchten met het hoogste risico, die dichter bij de bemande luchtvaart liggen. BVLOS valt vrijwel altijd in de tussencategorie.

Om in de specifieke categorie te vliegen, heeft u een exploitatievergunning nodig van uw nationale luchtvaartautoriteit. Deze krijgt u door het risico van de operatie te beoordelen, wat leidt tot een specifiek integriteits- en betrouwbaarheidsniveau (Specific Assurance and Integrity Level), oftewel SAIL, variërend van I tot VI. Hoe hoger het SAIL-niveau, des te meer bewijslast de autoriteit verwacht en des te meer het luchtvaartuig zelf moet aantonen. Het vooraf inschatten van uw SAIL-niveau voordat u begint met schrijven, bespaart achteraf veel herstelwerk.

Drie routes naar een BVLOS-vergunning

Welke route het beste past, hangt af van hoe standaard uw operatie is.

Een standaardscenario, of STS. STS-02 is het scenario voor BVLOS en is beschikbaar sinds januari 2024. Dit scenario is van toepassing op vluchten boven een gecontroleerd grondgebied in een dunbevolkte omgeving, met een drone met een C6-klasse-markering, tot een hoogte van 120 m en tot 1 km van de piloot op afstand, of tot 2 km wanneer er gebruik wordt gemaakt van luchtruimwaarnemers. U vliegt op basis van een verklaring aan uw nationale autoriteit in plaats van een aanvraag, en ditzelfde papierwerk wordt in elke EASA-lidstaat erkend. Als uw operatie hierin past, is dit met afstand de snelste route.

Een vooraf gedefinieerde risicobeoordeling, of PDRA. EASA publiceert deze voor veelvoorkomende operationele scenario's, zodat u een bestaande beoordeling kunt aanpassen in plaats van dat u vanaf nul moet beginnen. PDRA-S02 dekt operaties die vergelijkbaar zijn met STS-02 voor luchtvaartuigen zonder C6-markering.

Een volledige SORA. Voor alles wat niet onder de eerste twee opties valt. Dit vereist meer werk, maar biedt u de ruimte om een op maat gemaakte operatie te beschrijven en te onderbouwen.

Teams voor openbare veiligheid beginnen vaak met een standaardscenario voor trainingen en lokale vluchten, en stappen over op een SORA naarmate hun ambities groeien. U kunt zien hoe diensten dit aanpakken op onze pagina over openbare veiligheid.

SORA 2.5 is nu de methode, en de deadline is nationaal

SORA 2.5 is de geaccepteerde risicobeoordelingsmethode in de hele EU sinds EASA deze in september 2025 heeft gepubliceerd. Als u nieuw start, is dit simpelweg de versie die u gebruikt. Wat er precies is veranderd, hebben we beschreven in ons artikel over SORA 2.5 in de Easy Access Rules van juni 2026.

Waar operators soms door worden verrast, is de deadline, omdat de termijn waarbinnen elke autoriteit de oudere SORA 2.0 nog accepteerde, nationaal werd bepaald. Spanje sloot in november 2025, Finland vereiste 2.5 voor nieuwe aanvragen vanaf 31 maart 2026, en Zwitserland vanaf 1 april 2026. Reeds verleende vergunningen onder 2.0 blijven over het algemeen geldig tot de vervaldatum. Stem de situatie af met elke autoriteit waarmee u samenwerkt en controleer de vervaldatum op de documenten die u al in bezit heeft.

Eén verwachting moet vooraf worden bijgesteld. Berichtgeving over SORA 2.5 suggereert vaak een lagere bewijslast, en EASA's eigen verklaring daarover verwijst naar vluchten binnen het gezichtsveld met een laag risico. Voor BVLOS vallen de grondrisicocijfers vaak hoger uit dan onder 2.0, hoewel de containment-eisen zijn versoepeld. Bereken uw eigen case opnieuw in plaats van ervan uit te gaan dat de weg korter is geworden. Het grondrisico wordt nu berekend op basis van de bevolkingsdichtheid in combinatie met de omvang en snelheid van het luchtvaartuig, en de Critical Area Assessment Tool van EASA kan u helpen aan te tonen dat uw werkelijke blootstelling lager is dan de referentietabellen suggereren.

Als u vastloopt op het papierwerk, ondersteunt ons regelgevend adviesteam operators bij de beoordeling en de aanvraag.

Wat dit betekent voor het luchtvaartuig

Twee zaken omtrent de drone zijn belangrijker dan de rest.

De eerste is de klasse-markering. De STS-02-route vereist een drone met een C6-markering. Als u dus aanschaft voor BVLOS en de snelle route wilt bewandelen, hoort die markering in de specificaties te staan.

De tweede is het ontwerptechnisch bewijs. Bij SAIL III kan een bevoegde autoriteit een conformiteitsverklaring van de fabrikant accepteren voor de ontwerprelevante veiligheidsdoelstellingen, wat u een flink deel van de analyse uit handen neemt. DJI heeft in juli 2026 een dergelijk pakket gepubliceerd voor de Dock 3- en Matrice 4D-series. Bij SAIL IV vervalt deze optie en heeft de ontwerper een door EASA afgegeven Design Verification Report nodig.

Het opbouwen van schaalbare BVLOS-vluchten in Europa

Een vergunning brengt u in de lucht. Het uitvoeren van een veilige, herhaalbare operatie is het doorlopende werk, en dit is waar programma's vaak moeite mee hebben naarmate ze groeien.

Drie zaken maken het verschil. De eerste is situationeel bewustzijn. Wanneer het luchtvaartuig buiten het zicht is, heeft uw controlekamer een duidelijk, live beeld nodig van wat de drone ziet en waar deze zich bevindt. Daarom staan live operaties en een gedeeld operationeel beeld centraal in elke serieuze BVLOS-opstelling. De tweede is verantwoording. Elke BVLOS-vlucht moet een nauwkeurig logboek opleveren, met vlieguren per piloot en een registratie die u kunt voorleggen aan een auditor of uw nationale autoriteit. De derde is schaalbaarheid. Zodra u met meer dan een handvol drones, docks (Drone-in-a-Box) en piloten werkt, heeft u vlootbeheer nodig om het overzicht over de gehele operatie vanaf één locatie te behouden.

Voor operators in de publieke sector hoort dataverwerking ook op deze lijst thuis. Waar uw vlucht- en missiegegevens worden opgeslagen en wie er toegang toe heeft, is vaak onderdeel van het vergunningstraject en vrijwel altijd onderdeel van de aanbesteding. Europese hosting en on-premise implementatie-opties bestaan om precies die reden.

Als BVLOS routine voor u wordt, is het goed om het Light UAS Operator Certificate (LUC) te kennen. Uw nationale autoriteit beoordeelt uw organisatie en kan privileges toekennen die zo ver gaan dat u uw eigen operaties mag autoriseren. Dit is ideaal voor operators die al regelmatig vliegen in de specifieke categorie en over de grenzen heen.

Hoe u uw eerste BVLOS-vlucht plant

Definieer de operatie in duidelijke bewoordingen: het gebied, de hoogte, het luchtvaartuig en de bijbehorende klasse-markering, en wat zich op de grond eronder bevindt. Kies uw route op basis van de mate waarin deze aansluit bij STS-02, een gepubliceerde PDRA of uw SORA. Voer de risicobeoordeling uit en kijk of uw operatie binnen het goedgekeurde SAIL-niveau valt. Verzamel uw bewijslast, inclusief eventuele verklaringen van de fabrikant die betrekking hebben op uw luchtvaartuig. Dien de aanvraag in bij uw nationale autoriteit en houd rekening met eventuele vragen, aangezien de verwerkingstijd in verschillende lidstaten lang kan zijn. Richt tijdens het wachten de systemen in waarop u in de lucht zult vertrouwen: live streaming naar de controlekamer, vluchtregistratie en een eenduidig operationeel beeld. Train en oefen de operatie vervolgens uitgebreid voordat u deze daadwerkelijk uitvoert.

Eén belangrijk voorbehoud: nationale autoriteiten interpreteren en passen het kader op hun eigen manier toe. Stem de details dus af met uw eigen autoriteit voordat u zich vastlegt op een plan.

BVLOS is het punt waarop een droneprogramma echt operationeel bereik begint te leveren. Met de juiste voorbereiding en de juiste hulpmiddelen ligt dit ruim binnen het bereik van een professionele operator.

Dijkinspectie tijdens droogte, waarbij een inspecteur een scheur in de uitgedroogde grond aanwijst

-

Content

Droogte, dijken en de inspectiedruk op Nederlandse waterschappen

Eind juni liepen inspecteurs van het Hoogheemraadschap van Delfland langs hun meest droogtegevoelige dijken en vonden acht scheuren. Vier weken later leverde diezelfde ronde er 34 op. In de eerste week van augustus meldde de NOS dat inspecteurs er 180 telden over een lengte van 42 kilometer, waarvan er 18 als ernstig werden geclassificeerd.

Die toename verklaart waarom dijkinspecties deze zomer geruisloos zijn uitgegroeid tot een van de zwaarste terugkerende taken in het Nederlandse waterbeheer. Het is bovendien de moeite waard om hier nauwkeurig naar te kijken, omdat een inspectieprogramma in dit tempo iets heel anders vraagt van een team dan een jaarlijkse ronde.

Waarom de inspecties elkaar blijven opvolgen

Veen is de boosdoener. Een beoordeling van Deltares en STOWA over de stabiliteit van veendijken legt het mechanisme uit: droogte onttrekt water aan het dijklichaam, het veen krimpt in alle richtingen en die krimp veroorzaakt scheuren. De dijk verliest door uitdroging ook gewicht, wat de stabiliteit op zichzelf al verzwakt. Hevige regenval daarna is eveneens een risicomoment, omdat de kruin door krimp is gezakt en niet snel weer opzwelt. Het einde van een droge periode betekent dus niet het einde van de monitoring.

Op 7 augustus liet de Unie van Waterschappen weten dat 11 van de 21 Nederlandse waterschappen extra dijkinspecties uitvoerden, voornamelijk bij dijken met veen in de keringen. Vooral de schaal valt op, meer nog dan de ernst. Rijnland vond bijna 150 scheuren over 265 kilometer aan droogtegevoelige keringen en oordeelde dat bij de meeste daarvan helemaal geen ingreep nodig was.

Het echte operationele verhaal is herhaling

Wie de updates van de waterschappen zelf leest, ziet een patroon ontstaan dat losstaat van een enkele scheur.

De NOS meldde dat de geïnspecteerde lengte van Delfland tussen twee rondes met twee weken ertussen toenam van 17 kilometer naar 42 kilometer. Delfland maait zijn droogtegevoelige dijken volledig, juist om scheuren makkelijker vindbaar te maken voor inspecteurs op de grond. En de rondes blijven doorgaan, want de situatie blijft veranderen.

De belasting zit hem dus niet in één moeilijke inspectie. Het zijn dezelfde lange stukken die keer op keer worden afgelopen, met steeds kortere tussenpozen, gedurende een zomer, door teams die daarnaast ook hun dagelijkse werk hebben. Elke ronde moet resultaten opleveren die vergelijkbaar zijn met de vorige, want de cruciale vraag is nooit hoeveel scheuren er vandaag zijn. De vraag is of deze specifieke scheur is gegroeid sinds het vorige bezoek.

Dat maakt van een inspectieprogramma drie afzonderlijke uitdagingen: het terrein bestrijken, dit consistent genoeg doen zodat twee rondes met elkaar vergeleken kunnen worden, en een archief bijhouden dat achteraf standhoudt.

Wat drones hier wel en niet doen

Drones zien scheuren in een veendijk niet beter dan een ervaren inspecteur. Dat is visueel precisiewerk van dichtbij, en dat is waarom waterschappen de dijken eerst maaien en daarna pas belopen. De inzet vanuit de lucht helpt vooral bij de drie randvoorwaarden rondom die beoordeling, en niet zozeer bij de beoordeling zelf.

Het terrein bestrijken. Lange, lineaire infrastructuur past perfect bij de geometrie van drones. Stukken die te voet lastig te bereiken zijn, zijn dat immers bij elke ronde weer. Het team van Zuiderzeeland liep voorheen soms wel twintig minuten naar een meetpunt en bereikt dit nu in twee minuten. Bovendien komen ze nu op plekken achter hoog riet die te voet nauwelijks begaanbaar zijn. Dat betreft weliswaar waterkwaliteitsmetingen in plaats van dijkinspectie, maar de beperking is exact hetzelfde: afstand en terrein kosten bij elk herhaald bezoek kostbare tijd.

Rondes vergelijkbaar maken. Hierbij is planning belangrijker dan het vliegen zelf. Een missie die wordt uitgevoerd op basis van een opgeslagen vliegplan herhaalt exact dezelfde route, hoogte en camerahoeken. Hierdoor sluit ronde drie naadloos aan op ronde één, in plaats van dat het afhangt van welke collega er liep en waar die toevallig stilhield. Zonder dat systeem heb je een stapel losse waarnemingen in plaats van een meetreeks, waardoor de vraag of een scheur is gegroeid veel moeilijker te beantwoorden is dan nodig.

De data sluitend houden. Naarmate de frequentie omhooggaat, groeit de administratieve last mee: wie vloog er, wanneer, over welk traject, met welk resultaat, en kun je dat snel overleggen als erom gevraagd wordt. Dronecoördinator Jeroen van der Meer van Zuiderzeeland beschrijft wat dat waard was toen de toezichthouder langskwam: 

Enige tijd geleden hebben we een audit gehad van de ILT, en dat verliep vlekkeloos. We konden de gevraagde informatie snel aanleveren en de audit daarmee succesvol afronden.

Zijn collega Martijn Jansen, dronepiloot bij hetzelfde waterschap, verwoordt de dagelijkse praktijk nog duidelijker: 

AirHub heeft onze manier van werken verbeterd omdat alles in één systeem kan. We zijn niet langer bezig met allerlei losse systemen of Excel-bestanden. Alles wordt automatisch gelogd en de vluchtvoorbereiding hoeven we nergens anders meer te doen.

Dat punt over Excel is belangrijk om bij stil te staan. Een monitoringprogramma in spreadsheets werkt prima bij één ronde per seizoen. Bij vier rondes in zes weken, over een steeds groter traject en met meer betrokken mensen, wordt de spreadsheet de bottleneck en uiteindelijk een risico.

Wat dit betekent voor een waterschap

De droogte van 2026 zal eindigen en het aantal inspectierondes zal weer dalen. Wat het echter de moeite waard maakt om hier structureel op te plannen in plaats van ad-hoc op te lossen, is dat het KNMI in januari 2026 de droogtemonitoring heeft uitgebreid naar het hele jaar (in plaats van alleen de periode van april tot september). Dit is gedaan omdat eigen onderzoek van het instituut aantoont dat meteorologische droogte al vóór april kan beginnen en de kans daarop door klimaatverandering toeneemt.

Voor teams die al vliegen, zorgt een herhaalbare missieplanning voor de nodige vergelijkbaarheid, terwijl fleet management zorgt voor het overzicht. Benieuwd hoe AirHub Zuiderzeeland ondersteunt in hun dagelijkse werkzaamheden? Lees er alles over in hun casestudy.

*Foto: Hoogheemraadschap van Delfland, droogte-inspectie augustus 2026

Piloot in een reflecterend veiligheidsvest met een drone-controller waarop de AirHub drone-operaties software app geopend is

-

Content

Software voor drone-operaties kiezen: 7 dingen om eerst te controleren

Het kiezen van software voor drone-operaties is zelden een eenmalige beslissing. Het lijkt meer op het kiezen van infrastructuur: het platform dat u vandaag kiest, bepaalt welke drones u volgend jaar kunt kopen, met welke systemen u kunt koppelen en hoeveel handmatige administratie uw team moet uitvoeren.

De meeste vergelijkingen richten zich op functionaliteiten. Functionaliteiten veranderen elk kwartaal. De onderstaande punten veranderen meestal niet, en dat zijn juist de punten die het moeilijkst terug te draaien zijn als u eenmaal een keuze heeft gemaakt.

1. Waar uw data daadwerkelijk wordt opgeslagen

Vluchtlogboeken, live videobeelden en telemetrie zijn operationele gegevens, en in toenemende mate ook persoonsgegevens. Vraag waar deze worden gehost, onder welke juridische jurisdictie dat valt en of de leverancier de data kan verhuizen als uw eisen veranderen. Een platform dat buiten de EU wordt gehost, kan nog steeds bruikbaar zijn, maar dat moet u van tevoren weten en niet pas ontdekken tijdens een audit. Dit is het soort eis dat organisaties in de openbare veiligheid en vitale infrastructuur steeds vaker als niet-onderhandelbaar beschouwen tijdens de aanbesteding, in plaats van iets dat ze op basis van vertrouwen accepteren. Lees hier meer over in ons artikel over waar Europese drone-software daadwerkelijk wordt gebouwd.

2. Of u vastzit aan één merk drone

Sommige platforms zijn gebouwd rond het ecosysteem van één enkele fabrikant. Dat kan prima werken als u nooit van plan bent uw vloot te diversifiëren. Het wordt echter een probleem zodra u een ander type drone, een ander dockingstation of hardware wilt toevoegen die uw huidige leverancier niet ondersteunt. Vraag wat er in de praktijk gebeurt als u volgend jaar een drone van een ander merk koopt. Het Drone as First Responder-netwerk van de politie van Dubai maakt bijvoorbeeld gebruik van een hybride vloot met DJI-, Skydio- en Airobotics-hardware via de vlootbeheer-software van AirHub, beheerd vanuit één interface in plaats van verschillende losse systemen.

3. Hoe het aansluit op de systemen die u al gebruikt

Software voor drone-operaties staat zelden op zichzelf. Het moet meestal communiceren met een videomanagementsysteem, een CAD- of meldkamerplatform, of een GIS-tool waar uw team al mee werkt. Vraag naar een praktijkvoorbeeld van een integratie die vandaag al actief is, niet naar iets op de roadmap, en vraag hoeveel maatwerkontwikkeling er nodig was om dat te realiseren. In Dubai start de volledige inzet hiermee: een noodoproep in het CAD-systeem lanceert automatisch de dichtstbijzijnde drone via de integratie van AirHub, nog voordat een agent de portofoon oppakt. Tijdens live operaties stromen videobeelden ook rechtstreeks naar de VMS-systemen die de instanties al gebruiken, in plaats van dat er een aparte viewer nodig is.

4. Of compliance is ingebouwd of achteraf is toegevoegd

Regelgeving, of het nu gaat om de EASA-regels voor de specifieke categorie in Europa of een ander kader elders, moet bepalen hoe de software werkt. Het mag geen achteraf gegenereerd rapport zijn. Vraag hoe het platform dagelijks omgaat met de currency van piloten, risicobeoordelingen en audittrails, en niet alleen wat het kan exporteren als een toezichthouder daarom vraagt. De SORA 2.5-update van EASA eerder dit jaar is hiervoor een goede praktijktest: vraag een leverancier hoe hun platform daadwerkelijk is veranderd toen de regels veranderden, en niet alleen of het voldeed aan de versie die gold toen u het contract tekende. In ons SORA 2.5-artikel leggen we gedetailleerd uit wat er voor operators is veranderd.

5. Wat er gebeurt als u wilt opschalen

Een platform dat perfect werkt voor vijf piloten en twee drones, werkt niet altijd voor vijfhonderd piloten verspreid over meerdere regio's. Vraag hoe de grootste klanten van de leverancier het platform vandaag de dag gebruiken, en wat er operationeel verandert tussen een kleine inzet en een landelijke uitrol. Bombeiros Portugal stuurt via AirHub meer dan 700 piloten aan over verschillende regio's en instanties. Pilotencertificaten en onderhoudsgegevens blijven up-to-date binnen honderden gedecentraliseerde teams, in plaats van in aparte lokale systemen. In de Bombeiros Portugal case study leest u hoe dat is ingericht.

6. Wie er toegang heeft tot uw live video en telemetrie

Tijdens een incident moeten live videobeelden vaak ook buiten de piloot om gedeeld worden: met een meldkamer, een partnerorganisatie of een commandovoertuig. Vraag hoe de toegang wordt beheerd, of machtigingen per rol of per missie kunnen worden ingesteld, en wat er met de beelden gebeurt nadat de missie is beëindigd. De politie van Dubai heeft meer dan 25 operators die tegelijkertijd missies coördineren via het Drone Operations Center van AirHub. Iedereen ziet precies wat nodig is voor zijn of haar rol en niets meer, in plaats van één gedeelde, ongefilterde feed.

7. Welke implementatieopties er zijn naast de cloud

De meeste leveranciers bieden standaard een gedeelde cloudomgeving aan, wat voor veel organisaties prima is. Sommige organisaties kunnen hier echter om redenen van gegevensbescherming of beveiliging absoluut geen gebruik van maken. Vraag of een on-premise of private cloud-installatie daadwerkelijk beschikbaar is, of dat dit alleen in theorie zo is. De politie van Dubai gebruikt AirHub bijvoorbeeld als een on-premise, ISO 27001-conforme installatie met versleutelde 5G-communicatie, juist omdat een gedeelde cloudomgeving niet voldeed aan hun eisen op het gebied van datasoeveriniteit. Zowel on-premise als cloud-installaties zijn gedocumenteerde opties, geen maatwerkprojecten waar apart voor moet worden geoffreerd.

Volgende stappen

Dit artikel helpt u te bepalen welke van deze zeven punten het belangrijkst zijn voor uw organisatie, nog voordat een leverancier over zijn eigen product begint te praten.

We hebben AirHub als voorbeeld gebruikt om te laten zien hoe een concreet antwoord op elk punt eruit kan zien, omdat dit de vragen zijn die onze eigen klanten ons stelden voordat ze tekenden. De politie van Dubai heeft de punten 2, 3, 6 en 7 direct getoetst tijdens de aanbesteding: een hybride vloot van DJI, Skydio en Airobotics, automatische lanceringen via CAD-koppeling, rolgebaseerde toegang voor meer dan 25 gelijktijdige operators, en een on-premise, ISO 27001-conforme installatie met versleutelde 5G, omdat een gedeelde cloud niet aan hun eisen voldeed.

Bombeiros Portugal testte punt 5 op nationale schaal, met meer dan 700 piloten verspreid over regio's en instanties die compliant en up-to-date blijven via één systeem in plaats van honderden lokale systemen. Beide praktijkvoorbeelden worden uitgebreider beschreven in de case studies van de politie van Dubai en Bombeiros Portugal, en alle details over datalocatie en beveiliging vindt u in ons trust centre.

Wilt u deze checklist doorlopen voor uw eigen operatie? Boek dan een demo met een van onze specialisten.

Drone-in-a-Box-systeem met de drone bovenop het dockingstation, klaar voor de start

-

Content

Een praktische gids voor BVLOS-operaties in Europa

Voor een politie-eenheid, een beveiligingsteam of een infrastructuurbeheerder wordt een drone pas echt nuttig zodra deze buiten het gezichtsveld van de piloot kan vliegen. Met BVLOS-vluchten (Beyond Visual Line of Sight) kunt u een incident aan de andere kant van een stad bereiken, een groot terrein patrouilleren vanaf een dock, of een afgelegen asset inspecteren zonder het hele team te verplaatsen. Het regelgevend traject is duidelijker dan twee jaar geleden. Deze gids behandelt wat BVLOS in de praktijk betekent, de drie routes naar een vergunning, waar u staat met SORA 2.5, en wat er nodig is om de operatie uit te voeren zodra het papierwerk is geregeld.

Wat BVLOS betekent voor uw operatie

BVLOS staat voor 'beyond visual line of sight'. Het omvat elke vlucht waarbij de piloot op afstand, of een waarnemer, het luchtvaartuig niet meer met het blote oog kan zien.

Die ene stap verandert wat een droneprogramma kan presteren. Een team van hulpverleners kan een incidentlocatie enkele kilometers verderop al in beeld brengen voordat het eerste voertuig arriveert. Een beveiligingsteam kan een groot terrein patrouilleren met een Drone-in-a-Box (of dock) zonder dat er een piloot in het veld hoeft te zijn. Een netwerkbeheerder kan kilometers aan stroomleidingen of spoorlijnen inspecteren vanaf één startpunt.

De keerzijde is het toezicht. Wanneer u het luchtvaartuig niet kunt zien, neemt u meer verantwoordelijkheid op u om te weten waar het zich bevindt, wat eromheen gebeurt en wat er gebeurt als er iets uitvalt. De Europese regels zijn rondom die vraag opgebouwd, en dat is de reden waarom vrijwel elke BVLOS-vlucht in de specifieke categorie (Specific Category) van de EASA valt.

Waarom BVLOS-vluchten in Europa in de specifieke categorie vallen

De Europese droneregels verdelen vluchten in drie categorieën: Open, Specifiek en Gecertificeerd. Open is voor vluchten met een laag risico binnen het gezichtsveld. Gecertificeerd is voor vluchten met het hoogste risico, die dichter bij de bemande luchtvaart liggen. BVLOS valt vrijwel altijd in de tussencategorie.

Om in de specifieke categorie te vliegen, heeft u een exploitatievergunning nodig van uw nationale luchtvaartautoriteit. Deze krijgt u door het risico van de operatie te beoordelen, wat leidt tot een specifiek integriteits- en betrouwbaarheidsniveau (Specific Assurance and Integrity Level), oftewel SAIL, variërend van I tot VI. Hoe hoger het SAIL-niveau, des te meer bewijslast de autoriteit verwacht en des te meer het luchtvaartuig zelf moet aantonen. Het vooraf inschatten van uw SAIL-niveau voordat u begint met schrijven, bespaart achteraf veel herstelwerk.

Drie routes naar een BVLOS-vergunning

Welke route het beste past, hangt af van hoe standaard uw operatie is.

Een standaardscenario, of STS. STS-02 is het scenario voor BVLOS en is beschikbaar sinds januari 2024. Dit scenario is van toepassing op vluchten boven een gecontroleerd grondgebied in een dunbevolkte omgeving, met een drone met een C6-klasse-markering, tot een hoogte van 120 m en tot 1 km van de piloot op afstand, of tot 2 km wanneer er gebruik wordt gemaakt van luchtruimwaarnemers. U vliegt op basis van een verklaring aan uw nationale autoriteit in plaats van een aanvraag, en ditzelfde papierwerk wordt in elke EASA-lidstaat erkend. Als uw operatie hierin past, is dit met afstand de snelste route.

Een vooraf gedefinieerde risicobeoordeling, of PDRA. EASA publiceert deze voor veelvoorkomende operationele scenario's, zodat u een bestaande beoordeling kunt aanpassen in plaats van dat u vanaf nul moet beginnen. PDRA-S02 dekt operaties die vergelijkbaar zijn met STS-02 voor luchtvaartuigen zonder C6-markering.

Een volledige SORA. Voor alles wat niet onder de eerste twee opties valt. Dit vereist meer werk, maar biedt u de ruimte om een op maat gemaakte operatie te beschrijven en te onderbouwen.

Teams voor openbare veiligheid beginnen vaak met een standaardscenario voor trainingen en lokale vluchten, en stappen over op een SORA naarmate hun ambities groeien. U kunt zien hoe diensten dit aanpakken op onze pagina over openbare veiligheid.

SORA 2.5 is nu de methode, en de deadline is nationaal

SORA 2.5 is de geaccepteerde risicobeoordelingsmethode in de hele EU sinds EASA deze in september 2025 heeft gepubliceerd. Als u nieuw start, is dit simpelweg de versie die u gebruikt. Wat er precies is veranderd, hebben we beschreven in ons artikel over SORA 2.5 in de Easy Access Rules van juni 2026.

Waar operators soms door worden verrast, is de deadline, omdat de termijn waarbinnen elke autoriteit de oudere SORA 2.0 nog accepteerde, nationaal werd bepaald. Spanje sloot in november 2025, Finland vereiste 2.5 voor nieuwe aanvragen vanaf 31 maart 2026, en Zwitserland vanaf 1 april 2026. Reeds verleende vergunningen onder 2.0 blijven over het algemeen geldig tot de vervaldatum. Stem de situatie af met elke autoriteit waarmee u samenwerkt en controleer de vervaldatum op de documenten die u al in bezit heeft.

Eén verwachting moet vooraf worden bijgesteld. Berichtgeving over SORA 2.5 suggereert vaak een lagere bewijslast, en EASA's eigen verklaring daarover verwijst naar vluchten binnen het gezichtsveld met een laag risico. Voor BVLOS vallen de grondrisicocijfers vaak hoger uit dan onder 2.0, hoewel de containment-eisen zijn versoepeld. Bereken uw eigen case opnieuw in plaats van ervan uit te gaan dat de weg korter is geworden. Het grondrisico wordt nu berekend op basis van de bevolkingsdichtheid in combinatie met de omvang en snelheid van het luchtvaartuig, en de Critical Area Assessment Tool van EASA kan u helpen aan te tonen dat uw werkelijke blootstelling lager is dan de referentietabellen suggereren.

Als u vastloopt op het papierwerk, ondersteunt ons regelgevend adviesteam operators bij de beoordeling en de aanvraag.

Wat dit betekent voor het luchtvaartuig

Twee zaken omtrent de drone zijn belangrijker dan de rest.

De eerste is de klasse-markering. De STS-02-route vereist een drone met een C6-markering. Als u dus aanschaft voor BVLOS en de snelle route wilt bewandelen, hoort die markering in de specificaties te staan.

De tweede is het ontwerptechnisch bewijs. Bij SAIL III kan een bevoegde autoriteit een conformiteitsverklaring van de fabrikant accepteren voor de ontwerprelevante veiligheidsdoelstellingen, wat u een flink deel van de analyse uit handen neemt. DJI heeft in juli 2026 een dergelijk pakket gepubliceerd voor de Dock 3- en Matrice 4D-series. Bij SAIL IV vervalt deze optie en heeft de ontwerper een door EASA afgegeven Design Verification Report nodig.

Het opbouwen van schaalbare BVLOS-vluchten in Europa

Een vergunning brengt u in de lucht. Het uitvoeren van een veilige, herhaalbare operatie is het doorlopende werk, en dit is waar programma's vaak moeite mee hebben naarmate ze groeien.

Drie zaken maken het verschil. De eerste is situationeel bewustzijn. Wanneer het luchtvaartuig buiten het zicht is, heeft uw controlekamer een duidelijk, live beeld nodig van wat de drone ziet en waar deze zich bevindt. Daarom staan live operaties en een gedeeld operationeel beeld centraal in elke serieuze BVLOS-opstelling. De tweede is verantwoording. Elke BVLOS-vlucht moet een nauwkeurig logboek opleveren, met vlieguren per piloot en een registratie die u kunt voorleggen aan een auditor of uw nationale autoriteit. De derde is schaalbaarheid. Zodra u met meer dan een handvol drones, docks (Drone-in-a-Box) en piloten werkt, heeft u vlootbeheer nodig om het overzicht over de gehele operatie vanaf één locatie te behouden.

Voor operators in de publieke sector hoort dataverwerking ook op deze lijst thuis. Waar uw vlucht- en missiegegevens worden opgeslagen en wie er toegang toe heeft, is vaak onderdeel van het vergunningstraject en vrijwel altijd onderdeel van de aanbesteding. Europese hosting en on-premise implementatie-opties bestaan om precies die reden.

Als BVLOS routine voor u wordt, is het goed om het Light UAS Operator Certificate (LUC) te kennen. Uw nationale autoriteit beoordeelt uw organisatie en kan privileges toekennen die zo ver gaan dat u uw eigen operaties mag autoriseren. Dit is ideaal voor operators die al regelmatig vliegen in de specifieke categorie en over de grenzen heen.

Hoe u uw eerste BVLOS-vlucht plant

Definieer de operatie in duidelijke bewoordingen: het gebied, de hoogte, het luchtvaartuig en de bijbehorende klasse-markering, en wat zich op de grond eronder bevindt. Kies uw route op basis van de mate waarin deze aansluit bij STS-02, een gepubliceerde PDRA of uw SORA. Voer de risicobeoordeling uit en kijk of uw operatie binnen het goedgekeurde SAIL-niveau valt. Verzamel uw bewijslast, inclusief eventuele verklaringen van de fabrikant die betrekking hebben op uw luchtvaartuig. Dien de aanvraag in bij uw nationale autoriteit en houd rekening met eventuele vragen, aangezien de verwerkingstijd in verschillende lidstaten lang kan zijn. Richt tijdens het wachten de systemen in waarop u in de lucht zult vertrouwen: live streaming naar de controlekamer, vluchtregistratie en een eenduidig operationeel beeld. Train en oefen de operatie vervolgens uitgebreid voordat u deze daadwerkelijk uitvoert.

Eén belangrijk voorbehoud: nationale autoriteiten interpreteren en passen het kader op hun eigen manier toe. Stem de details dus af met uw eigen autoriteit voordat u zich vastlegt op een plan.

BVLOS is het punt waarop een droneprogramma echt operationeel bereik begint te leveren. Met de juiste voorbereiding en de juiste hulpmiddelen ligt dit ruim binnen het bereik van een professionele operator.

Dijkinspectie tijdens droogte, waarbij een inspecteur een scheur in de uitgedroogde grond aanwijst

-

Content

Droogte, dijken en de inspectiedruk op Nederlandse waterschappen

Eind juni liepen inspecteurs van het Hoogheemraadschap van Delfland langs hun meest droogtegevoelige dijken en vonden acht scheuren. Vier weken later leverde diezelfde ronde er 34 op. In de eerste week van augustus meldde de NOS dat inspecteurs er 180 telden over een lengte van 42 kilometer, waarvan er 18 als ernstig werden geclassificeerd.

Die toename verklaart waarom dijkinspecties deze zomer geruisloos zijn uitgegroeid tot een van de zwaarste terugkerende taken in het Nederlandse waterbeheer. Het is bovendien de moeite waard om hier nauwkeurig naar te kijken, omdat een inspectieprogramma in dit tempo iets heel anders vraagt van een team dan een jaarlijkse ronde.

Waarom de inspecties elkaar blijven opvolgen

Veen is de boosdoener. Een beoordeling van Deltares en STOWA over de stabiliteit van veendijken legt het mechanisme uit: droogte onttrekt water aan het dijklichaam, het veen krimpt in alle richtingen en die krimp veroorzaakt scheuren. De dijk verliest door uitdroging ook gewicht, wat de stabiliteit op zichzelf al verzwakt. Hevige regenval daarna is eveneens een risicomoment, omdat de kruin door krimp is gezakt en niet snel weer opzwelt. Het einde van een droge periode betekent dus niet het einde van de monitoring.

Op 7 augustus liet de Unie van Waterschappen weten dat 11 van de 21 Nederlandse waterschappen extra dijkinspecties uitvoerden, voornamelijk bij dijken met veen in de keringen. Vooral de schaal valt op, meer nog dan de ernst. Rijnland vond bijna 150 scheuren over 265 kilometer aan droogtegevoelige keringen en oordeelde dat bij de meeste daarvan helemaal geen ingreep nodig was.

Het echte operationele verhaal is herhaling

Wie de updates van de waterschappen zelf leest, ziet een patroon ontstaan dat losstaat van een enkele scheur.

De NOS meldde dat de geïnspecteerde lengte van Delfland tussen twee rondes met twee weken ertussen toenam van 17 kilometer naar 42 kilometer. Delfland maait zijn droogtegevoelige dijken volledig, juist om scheuren makkelijker vindbaar te maken voor inspecteurs op de grond. En de rondes blijven doorgaan, want de situatie blijft veranderen.

De belasting zit hem dus niet in één moeilijke inspectie. Het zijn dezelfde lange stukken die keer op keer worden afgelopen, met steeds kortere tussenpozen, gedurende een zomer, door teams die daarnaast ook hun dagelijkse werk hebben. Elke ronde moet resultaten opleveren die vergelijkbaar zijn met de vorige, want de cruciale vraag is nooit hoeveel scheuren er vandaag zijn. De vraag is of deze specifieke scheur is gegroeid sinds het vorige bezoek.

Dat maakt van een inspectieprogramma drie afzonderlijke uitdagingen: het terrein bestrijken, dit consistent genoeg doen zodat twee rondes met elkaar vergeleken kunnen worden, en een archief bijhouden dat achteraf standhoudt.

Wat drones hier wel en niet doen

Drones zien scheuren in een veendijk niet beter dan een ervaren inspecteur. Dat is visueel precisiewerk van dichtbij, en dat is waarom waterschappen de dijken eerst maaien en daarna pas belopen. De inzet vanuit de lucht helpt vooral bij de drie randvoorwaarden rondom die beoordeling, en niet zozeer bij de beoordeling zelf.

Het terrein bestrijken. Lange, lineaire infrastructuur past perfect bij de geometrie van drones. Stukken die te voet lastig te bereiken zijn, zijn dat immers bij elke ronde weer. Het team van Zuiderzeeland liep voorheen soms wel twintig minuten naar een meetpunt en bereikt dit nu in twee minuten. Bovendien komen ze nu op plekken achter hoog riet die te voet nauwelijks begaanbaar zijn. Dat betreft weliswaar waterkwaliteitsmetingen in plaats van dijkinspectie, maar de beperking is exact hetzelfde: afstand en terrein kosten bij elk herhaald bezoek kostbare tijd.

Rondes vergelijkbaar maken. Hierbij is planning belangrijker dan het vliegen zelf. Een missie die wordt uitgevoerd op basis van een opgeslagen vliegplan herhaalt exact dezelfde route, hoogte en camerahoeken. Hierdoor sluit ronde drie naadloos aan op ronde één, in plaats van dat het afhangt van welke collega er liep en waar die toevallig stilhield. Zonder dat systeem heb je een stapel losse waarnemingen in plaats van een meetreeks, waardoor de vraag of een scheur is gegroeid veel moeilijker te beantwoorden is dan nodig.

De data sluitend houden. Naarmate de frequentie omhooggaat, groeit de administratieve last mee: wie vloog er, wanneer, over welk traject, met welk resultaat, en kun je dat snel overleggen als erom gevraagd wordt. Dronecoördinator Jeroen van der Meer van Zuiderzeeland beschrijft wat dat waard was toen de toezichthouder langskwam: 

Enige tijd geleden hebben we een audit gehad van de ILT, en dat verliep vlekkeloos. We konden de gevraagde informatie snel aanleveren en de audit daarmee succesvol afronden.

Zijn collega Martijn Jansen, dronepiloot bij hetzelfde waterschap, verwoordt de dagelijkse praktijk nog duidelijker: 

AirHub heeft onze manier van werken verbeterd omdat alles in één systeem kan. We zijn niet langer bezig met allerlei losse systemen of Excel-bestanden. Alles wordt automatisch gelogd en de vluchtvoorbereiding hoeven we nergens anders meer te doen.

Dat punt over Excel is belangrijk om bij stil te staan. Een monitoringprogramma in spreadsheets werkt prima bij één ronde per seizoen. Bij vier rondes in zes weken, over een steeds groter traject en met meer betrokken mensen, wordt de spreadsheet de bottleneck en uiteindelijk een risico.

Wat dit betekent voor een waterschap

De droogte van 2026 zal eindigen en het aantal inspectierondes zal weer dalen. Wat het echter de moeite waard maakt om hier structureel op te plannen in plaats van ad-hoc op te lossen, is dat het KNMI in januari 2026 de droogtemonitoring heeft uitgebreid naar het hele jaar (in plaats van alleen de periode van april tot september). Dit is gedaan omdat eigen onderzoek van het instituut aantoont dat meteorologische droogte al vóór april kan beginnen en de kans daarop door klimaatverandering toeneemt.

Voor teams die al vliegen, zorgt een herhaalbare missieplanning voor de nodige vergelijkbaarheid, terwijl fleet management zorgt voor het overzicht. Benieuwd hoe AirHub Zuiderzeeland ondersteunt in hun dagelijkse werkzaamheden? Lees er alles over in hun casestudy.

*Foto: Hoogheemraadschap van Delfland, droogte-inspectie augustus 2026

Piloot in een reflecterend veiligheidsvest met een drone-controller waarop de AirHub drone-operaties software app geopend is

-

Content

Software voor drone-operaties kiezen: 7 dingen om eerst te controleren

Het kiezen van software voor drone-operaties is zelden een eenmalige beslissing. Het lijkt meer op het kiezen van infrastructuur: het platform dat u vandaag kiest, bepaalt welke drones u volgend jaar kunt kopen, met welke systemen u kunt koppelen en hoeveel handmatige administratie uw team moet uitvoeren.

De meeste vergelijkingen richten zich op functionaliteiten. Functionaliteiten veranderen elk kwartaal. De onderstaande punten veranderen meestal niet, en dat zijn juist de punten die het moeilijkst terug te draaien zijn als u eenmaal een keuze heeft gemaakt.

1. Waar uw data daadwerkelijk wordt opgeslagen

Vluchtlogboeken, live videobeelden en telemetrie zijn operationele gegevens, en in toenemende mate ook persoonsgegevens. Vraag waar deze worden gehost, onder welke juridische jurisdictie dat valt en of de leverancier de data kan verhuizen als uw eisen veranderen. Een platform dat buiten de EU wordt gehost, kan nog steeds bruikbaar zijn, maar dat moet u van tevoren weten en niet pas ontdekken tijdens een audit. Dit is het soort eis dat organisaties in de openbare veiligheid en vitale infrastructuur steeds vaker als niet-onderhandelbaar beschouwen tijdens de aanbesteding, in plaats van iets dat ze op basis van vertrouwen accepteren. Lees hier meer over in ons artikel over waar Europese drone-software daadwerkelijk wordt gebouwd.

2. Of u vastzit aan één merk drone

Sommige platforms zijn gebouwd rond het ecosysteem van één enkele fabrikant. Dat kan prima werken als u nooit van plan bent uw vloot te diversifiëren. Het wordt echter een probleem zodra u een ander type drone, een ander dockingstation of hardware wilt toevoegen die uw huidige leverancier niet ondersteunt. Vraag wat er in de praktijk gebeurt als u volgend jaar een drone van een ander merk koopt. Het Drone as First Responder-netwerk van de politie van Dubai maakt bijvoorbeeld gebruik van een hybride vloot met DJI-, Skydio- en Airobotics-hardware via de vlootbeheer-software van AirHub, beheerd vanuit één interface in plaats van verschillende losse systemen.

3. Hoe het aansluit op de systemen die u al gebruikt

Software voor drone-operaties staat zelden op zichzelf. Het moet meestal communiceren met een videomanagementsysteem, een CAD- of meldkamerplatform, of een GIS-tool waar uw team al mee werkt. Vraag naar een praktijkvoorbeeld van een integratie die vandaag al actief is, niet naar iets op de roadmap, en vraag hoeveel maatwerkontwikkeling er nodig was om dat te realiseren. In Dubai start de volledige inzet hiermee: een noodoproep in het CAD-systeem lanceert automatisch de dichtstbijzijnde drone via de integratie van AirHub, nog voordat een agent de portofoon oppakt. Tijdens live operaties stromen videobeelden ook rechtstreeks naar de VMS-systemen die de instanties al gebruiken, in plaats van dat er een aparte viewer nodig is.

4. Of compliance is ingebouwd of achteraf is toegevoegd

Regelgeving, of het nu gaat om de EASA-regels voor de specifieke categorie in Europa of een ander kader elders, moet bepalen hoe de software werkt. Het mag geen achteraf gegenereerd rapport zijn. Vraag hoe het platform dagelijks omgaat met de currency van piloten, risicobeoordelingen en audittrails, en niet alleen wat het kan exporteren als een toezichthouder daarom vraagt. De SORA 2.5-update van EASA eerder dit jaar is hiervoor een goede praktijktest: vraag een leverancier hoe hun platform daadwerkelijk is veranderd toen de regels veranderden, en niet alleen of het voldeed aan de versie die gold toen u het contract tekende. In ons SORA 2.5-artikel leggen we gedetailleerd uit wat er voor operators is veranderd.

5. Wat er gebeurt als u wilt opschalen

Een platform dat perfect werkt voor vijf piloten en twee drones, werkt niet altijd voor vijfhonderd piloten verspreid over meerdere regio's. Vraag hoe de grootste klanten van de leverancier het platform vandaag de dag gebruiken, en wat er operationeel verandert tussen een kleine inzet en een landelijke uitrol. Bombeiros Portugal stuurt via AirHub meer dan 700 piloten aan over verschillende regio's en instanties. Pilotencertificaten en onderhoudsgegevens blijven up-to-date binnen honderden gedecentraliseerde teams, in plaats van in aparte lokale systemen. In de Bombeiros Portugal case study leest u hoe dat is ingericht.

6. Wie er toegang heeft tot uw live video en telemetrie

Tijdens een incident moeten live videobeelden vaak ook buiten de piloot om gedeeld worden: met een meldkamer, een partnerorganisatie of een commandovoertuig. Vraag hoe de toegang wordt beheerd, of machtigingen per rol of per missie kunnen worden ingesteld, en wat er met de beelden gebeurt nadat de missie is beëindigd. De politie van Dubai heeft meer dan 25 operators die tegelijkertijd missies coördineren via het Drone Operations Center van AirHub. Iedereen ziet precies wat nodig is voor zijn of haar rol en niets meer, in plaats van één gedeelde, ongefilterde feed.

7. Welke implementatieopties er zijn naast de cloud

De meeste leveranciers bieden standaard een gedeelde cloudomgeving aan, wat voor veel organisaties prima is. Sommige organisaties kunnen hier echter om redenen van gegevensbescherming of beveiliging absoluut geen gebruik van maken. Vraag of een on-premise of private cloud-installatie daadwerkelijk beschikbaar is, of dat dit alleen in theorie zo is. De politie van Dubai gebruikt AirHub bijvoorbeeld als een on-premise, ISO 27001-conforme installatie met versleutelde 5G-communicatie, juist omdat een gedeelde cloudomgeving niet voldeed aan hun eisen op het gebied van datasoeveriniteit. Zowel on-premise als cloud-installaties zijn gedocumenteerde opties, geen maatwerkprojecten waar apart voor moet worden geoffreerd.

Volgende stappen

Dit artikel helpt u te bepalen welke van deze zeven punten het belangrijkst zijn voor uw organisatie, nog voordat een leverancier over zijn eigen product begint te praten.

We hebben AirHub als voorbeeld gebruikt om te laten zien hoe een concreet antwoord op elk punt eruit kan zien, omdat dit de vragen zijn die onze eigen klanten ons stelden voordat ze tekenden. De politie van Dubai heeft de punten 2, 3, 6 en 7 direct getoetst tijdens de aanbesteding: een hybride vloot van DJI, Skydio en Airobotics, automatische lanceringen via CAD-koppeling, rolgebaseerde toegang voor meer dan 25 gelijktijdige operators, en een on-premise, ISO 27001-conforme installatie met versleutelde 5G, omdat een gedeelde cloud niet aan hun eisen voldeed.

Bombeiros Portugal testte punt 5 op nationale schaal, met meer dan 700 piloten verspreid over regio's en instanties die compliant en up-to-date blijven via één systeem in plaats van honderden lokale systemen. Beide praktijkvoorbeelden worden uitgebreider beschreven in de case studies van de politie van Dubai en Bombeiros Portugal, en alle details over datalocatie en beveiliging vindt u in ons trust centre.

Wilt u deze checklist doorlopen voor uw eigen operatie? Boek dan een demo met een van onze specialisten.

Drone-operatiesoftware op een laptop, die vluchtgegevens toont naast een satellietkaart met een cirkelvormige operationele grens

-

Content

Drone operations software: de belangrijkste platformen in 2026 vergeleken

Als u een droneprogramma leidt binnen de openbare veiligheid, vitale infrastructuur of beveiliging, heeft u waarschijnlijk al een shortlist van software voor drone-operaties opgesteld. De markt is snel gegroeid en de verschillende platforms lossen dan ook wezenlijk verschillende problemen op. Sommige richten zich op administratie en naleving van de regelgeving voor de vloot. Andere focussen op realtime situationeel bewustzijn tijdens een incident. Weer andere zijn gebouwd om een netwerk van drone-dockingstations te transformeren in iets dat dichter in de buurt komt van een autonoom, continu actief systeem.

Deze gids belicht acht platforms die momenteel in de sector actief zijn: waar elk platform voor is gebouwd, wie het doorgaans gebruikt en waar het past.

Vlootbeheer- en compliance-platforms

Deze platforms richten zich op de administratieve kant van het runnen van een droneprogramma: vluchtlogboeken, onderhoud, risicobeoordelingen en rapportages voor toezichthouders.

DroneLogbook

DroneLogbook is een cloudgebaseerde tool voor vluchtlogboeken en compliance-beheer. Het importeert telemetrie van de meeste grote fabrikanten, waaronder DJI, Autel, Parrot en Wingtra, en vertaalt deze gegevens naar rapporten voor toezichthouders zoals de FAA, CAA, CASA en EASA. Naast het loggen omvat het onderhoudsplanning, incidentrapportage en een 'private label'-optie waarmee dronefabrikanten het platform onder hun eigen merknaam kunnen aanbieden. Het bedrijf geeft aan dat het platform voldoet aan de SOC 2 Type II-normen.

Dronedesk

Dronedesk is een Brits platform gebouwd rond de administratieve kant van drone-operaties, schaalbaar van solopiloten tot zakelijke teams. Het brengt vluchtplanning, luchtruim- en weersinformatie, checklists, risicobeoordelingen, vloot- en apparatuurinventarissen, vluchtregistratie en klantenadministratie samen in één applicatie, inclusief NOTAM-gegevens en what3words-locatiebepaling. Vluchtlogboeken worden automatisch gesynchroniseerd vanaf DJI-toestellen, met ondersteuning voor handmatige uploads van ruwe logbestanden voor andere systemen. Het bedrijf is onafhankelijk eigendom en noemt gebruikers zoals National Grid voor inspectiewerkzaamheden aan masten en Dyfed-Powys Police.

AirData

AirData is een veelgebruikt platform voor vluchtgegevens en vlootbeheer, waarbij het bedrijf meldt dat het meer dan 444.000 piloten in 232 landen en ruim 60 miljoen gelogde vluchten faciliteert. Het registreert automatisch vliegroutes, tijdstempels, pilotengegevens en batterijcycli vanuit de vlucht-apps die organisaties al gebruiken, zonder dat er nieuwe hardware nodig is. In maart 2026 lanceerde het een specifiek Public Safety Program, dat volgens het bedrijf actief is in 60 regio's wereldwijd. Dit omvat een Public Portal-functie waarmee instanties zoals de Chula Vista Police Department en Las Vegas Metropolitan Police Department doorzoekbare vluchtgegevens kunnen publiceren voor transparantie naar de gemeenschap.

Specialisten in openbare veiligheid

Deze platforms zijn primair gebouwd rond de operationele realiteit van hulpdiensten: snel een drone in de lucht krijgen en de bevelvoerders op de hoogte houden tijdens de vlucht.

DroneSense

DroneSense, gevestigd in Austin, Texas, is gebouwd voor wetshandhavers, brandweer- en hulpverleningsinstanties in de VS. De kernkracht ligt in het situationele bewustzijn tijdens live-incidenten: realtime videostreaming, kaarten en samenwerkingstools voor de meldkamer en bevelvoerders, plus DroneSense Remote. Dit is een 'Drone as First Responder'-functie waarmee een piloot een drone vanaf een externe locatie kan lanceren en besturen met behulp van sensoren aan boord en geofencing. Het bedrijf is opgericht door voormalige hulpverleners en technologen en biedt 24/7 ondersteuning vanuit de VS.

DroneControl

DroneControl is een Zwitsers platform, ontwikkeld in Genève, dat begon als een beveiligde app voor lifestreaming en afstandsbediening voor openbare veiligheidsteams en is uitgegroeid tot een volledige operationele suite. De vluchtapplicatie is nu gekoppeld aan een webgebaseerd portaal voor piloten-, team- en vlootbeheer, inclusief geautomatiseerde vluchtregistratie. Het product FirstResponder integreert what3words en Mapbox, zodat de piloot en eventuele externe toeschouwers tijdens een incident met dezelfde geografische locatiegegevens werken. Het ondersteunt DJI Enterprise-toestellen, waaronder de Matrice 4-serie, en wordt gebruikt door diensten zoals de San Luis Obispo Police Department in Californië en de South Wales Fire and Rescue Service.

Autonome docking- en enterprise-platforms

Deze drie richten zich op drones die opereren vanaf vaste dockingstations met beperkte of geen aanwezigheid van een piloot ter plaatse, en op het beheer hiervan op grote schaal.

Drone Harmony

Drone Harmony is gebouwd rondom geautomatiseerde missieplanning voor complex inspectiewerk, met name voor verticale structuren, masten en zonneparken, waarbij een 3D-interface wordt gebruikt om obstakelvrije vliegroutes te berekenen. Het platform is uitgebreid naar dock-gebaseerde operaties op afstand, inclusief ondersteuning voor de DJI Dock, en biedt cloud-, on-premise en air-gapped implementatieopties voor organisaties met strenge databeveiligingseisen.

FlytBase

FlytBase, gevestigd in Pune, India, omschrijft zichzelf als een enterprise 'Physical AI'-platform. De FlytBase One-laag verbindt gedockte drones met robots, camera's en sensoren onder één centraal besturingssysteem, met Verkos AI-agents die zijn gebouwd om gebeurtenissen in livefeeds te detecteren en automatische reacties te activeren. Het platform is hardware-onafhankelijk en gericht op grootschalige implementaties over meerdere locaties in sectoren zoals havens, energie en stadsbeveiliging, waarbij datasoevereiniteit en BVLOS-compliance gelden als cruciale ontwerpprincipes.

DJI FlightHub 2

DJI FlightHub 2 is DJI's eigen cloudgebaseerde platform voor vlootbeheer en missiecontrole, gebouwd rondom DJI enterprise-toestellen en het DJI Dock-ecosysteem. Het combineert livestreaming, missieplanning, cartografie en AI-objectdetectie in één interface, met datahosting op AWS en ISO/IEC 27001-certificering. Het is een logische keuze voor organisaties die gestandaardiseerd zijn op DJI-hardware en een platform willen dat hier direct omheen is gebouwd.

Waar AirHub past

AirHub is software voor drone-operaties van Europese bodem, gebouwd voor organisaties met gestructureerde programma's binnen drie gebieden: openbare veiligheid, vitale infrastructuur en beveiliging. In plaats van te vertrekken vanuit één specifiek dronemerk of een enkele use case, is het platform hardware-onafhankelijk ontworpen rond de vier fasen van een missie: plannen, uitvoeren, loggen en beheren. Hierbij is Europese dataresidentie vanaf de basis ingebouwd, in plaats van achteraf toegevoegd.

Voor openbare veiligheidsteams betekent dit missieplanning, live video-integratie met bestaande VMS-systemen via RTMP en RTSP, en een Drone Operations Centre-app om meerdere toestellen en piloten te coördineren tijdens een incident. De politie van Dubai gebruikt AirHub om de reactietijd van dock naar de incidentlocatie binnen een stadsdekkend netwerk onder de 90 seconden te brengen, en Bombeiros Portugal stuurt ruim 700 piloten aan via het platform. U kunt de Dubai Police case study of de Bombeiros Portugal case study lezen voor meer details.

Voor beveiligingsoperaties ondersteunt AirHub perimeterbewaking en live-operaties voor teams zoals de Nederlandse Douane, Securitas en Prosegur, met gebruik van dezelfde vlootbeheer- en live-operatietools die op het hele platform beschikbaar zijn.

Voor beheerders van vitale infrastructuur ondersteunen de functies voor vlootbeheer en DJI-import herhalende inspectiewerkzaamheden op grote, verspreide locaties, met dezelfde rapportages en audittrails die openbare veiligheidsteams eisen.

Omdat dataresidentie en -soevereiniteit in de meeste van deze gesprekken al vroeg aan de orde komen, is het de moeite waard om te lezen hoe AirHub dit aanpakt in ons artikel over waar Europese drone-software daadwerkelijk wordt gebouwd, of de details rechtstreeks te bekijken in ons trust center.

Over deze vergelijking

Deze vergelijking is geschreven op basis van publiekelijk beschikbare informatie in juli 2026: websites van leveranciers, productdocumentatie, gepubliceerde aankondigingen en onafhankelijke vakpers. Waar een cijfer of functionaliteit afkomstig is uit het eigen materiaal van een bedrijf, is dit gepresenteerd als een claim van dat betreffende bedrijf.

Dronesoftware ontwikkelt zich snel. Functies, certificeringen, prijzen en implementatieopties wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving, en verschillende van de hier genoemde platforms zullen sinds de publicatiedatum nieuwe functies hebben uitgebracht. Iedereen die deze pagina gebruikt als onderdeel van een aanbestedingstraject, moet de actuele stand van zaken rechtstreeks bij elke leverancier verifiëren alvorens een beslissing te nemen.

AirHub is een van de platforms die hier worden besproken, dus we hebben een belang bij dit onderwerp. We hebben de andere platforms beschreven zoals hun eigen gepubliceerde materialen dat doen, en we hebben ze niet vergeleken op prijs of op functionaliteiten die we niet konden verifiëren. Als u voor een van de behandelde bedrijven werkt en informatie hier onjuist of verouderd is, stuur dan een e-mail naar info@airhub.nl en we zullen dit corrigeren.

Alle product- en bedrijfsnamen zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van hun respectievelijke eigenaren. Het gebruik ervan hier is uitsluitend bedoeld ter identificatie en impliceert geen band met, goedkeuring door of partnerschap met die bedrijven.