
Nerissa Goedhart
Droogte, dijken en de inspectiedruk op Nederlandse waterschappen

Eind juni liepen inspecteurs van het Hoogheemraadschap van Delfland langs hun meest droogtegevoelige dijken en vonden acht scheuren. Vier weken later leverde dezelfde ronde er 34 op. In de eerste week van augustus rapporteerde de NOS dat inspecteurs er 180 telden over een lengte van 42 kilometer, waarvan er 18 als ernstig werden geclassificeerd.
Die toename is de reden waarom dijkinspecties deze zomer geruisloos zijn uitgegroeid tot een van de zwaarste terugkerende taken in het Nederlandse waterbeheer. Het is ook de moeite waard om dit van dichtbij te bekijken, omdat een inspectieprogramma dat in dit tempo draait een andere aanpak van een team vraagt dan een jaarlijkse ronde.
Waarom de inspecties blijven komen
Veen is de boosdoener. Een beoordeling van Deltares en STOWA over de stabiliteit van veendijken legt het mechanisme uit: droogte onttrekt water aan het dijklichaam, het veen krimpt in alle richtingen en die krimp veroorzaakt scheuren. De dijk verliest door uitdroging ook gewicht, wat de stabiliteit apart verzwakt. Zware regenval daarna is op zichzelf weer een risicomoment, omdat de kruin door krimp is verlaagd en niet snel weer opzwelt. Het einde van een droge periode betekent dus niet het einde van de monitoring.
Op 7 augustus meldde de Unie van Waterschappen dat 11 van de 21 Nederlandse waterschappen extra dijkinspecties uitvoerden, voornamelijk bij dijken met veen in de keringen. Vooral de omvang valt op, meer nog dan de ernst. Rijnland vond bijna 150 scheuren over 265 kilometer droogtegevoelige keringen en oordeelde dat bij de meeste daarvan geen enkele ingreep nodig was.
Het echte operationele verhaal is herhaling
Wie de updates van de waterschappen zelf leest, ziet een patroon ontstaan dat losstaat van een individuele scheur.
De NOS meldde dat de geïnspecteerde lengte van Delfland tussen twee rondes met twee weken tussenpoos toenam van 17 kilometer naar 42 kilometer. Delfland maait zijn droogtegevoelige dijken volledig, juist om scheuren makkelijker herkenbaar te maken voor iemand op de grond. En de rondes blijven doorgaan, want de situatie blijft veranderen.
De belasting is dus niet één moeilijke inspectie. Het zijn dezelfde lange stukken, die keer op keer met steeds kortere tussenpozen gedurende de zomer worden afgelopen door teams die daarnaast ook hun dagelijkse werk hebben. Elke ronde moet resultaten opleveren die vergelijkbaar zijn met de vorige, want de cruciale vraag is nooit hoeveel scheuren er vandaag zijn. De vraag is of deze specifieke scheur sinds het vorige bezoek is gegroeid.
Dat maakt van een inspectieprogramma drie afzonderlijke uitdagingen: het terrein bestrijken, dit consistent genoeg doen zodat twee rondes met elkaar vergeleken kunnen worden, en een dossier bijhouden dat achteraf standhoudt.
Wat drones hier wel en niet doen
Drones zien scheuren in een veendijk niet beter dan een ervaren inspecteur. Dat is nauwkeurig visueel werk, en dat is waarom waterschappen de dijken eerst maaien en daarna te voet inspecteren. De inzet vanuit de lucht helpt bij de drie uitdagingen rondom die beoordeling, eerder dan bij de beoordeling zelf.
Het terrein bestrijken. Lange, lineaire assets passen perfect bij de geometrie van drones, en de stukken die te voet lastig te bereiken zijn, zijn dat bij elke ronde weer. Het team van Zuiderzeeland moest voorheen soms wel twintig minuten lopen naar een meetpunt en bereikt dit nu in twee minuten. Bovendien komen ze op plekken achter hoog riet die te voet moeilijk begaanbaar zijn. Dat betreft weliswaar waterkwaliteitsmonitoring en geen dijkinspectie, maar de beperking is dezelfde: afstand en terrein kosten bij elk herhaald bezoek kostbare tijd.
Rondes vergelijkbaar maken. Dit is waar planning belangrijker is dan het vliegen zelf. Een missie die wordt gevlogen vanaf een opgeslagen vliegplan herhaalt exact dezelfde route, hoogte en camerahoeken. Hierdoor sluit ronde drie naadloos aan op ronde één, in plaats van dat het afhangt van welke collega liep en waar die toevallig stond. Zonder dat heeft u een stapel losse waarnemingen in plaats van een reeks, en wordt de vraag of een scheur gegroeid is veel moeilijker te beantwoorden dan nodig is.
Het dossier op orde houden. Naarmate de frequentie omhooggaat, groeit de administratieve last mee: wie vloog er, wanneer, over welk traject, met welk resultaat, en kunt u dat snel overleggen als erom gevraagd wordt. Jeroen van der Meer, dronecoördinator bij Zuiderzeeland, beschrijft wat dat waard was toen de toezichthouder langskwam:
Een tijdje geleden hebben we een audit gehad van de ILT, en dat verliep uitstekend. We konden de opgevraagde informatie snel aanleveren en zo de audit succesvol afronden.
Zijn collega Martijn Jansen, dronepiloot bij hetzelfde waterschap, verwoordt de dagelijkse praktijk nog duidelijker:
AirHub heeft onze manier van werken verbeterd omdat alles in één systeem kan. We zijn niet langer in de weer met allerlei losse systemen of Excel-bestanden. Alles wordt automatisch gelogd en we hoeven de vluchtvoorbereiding nergens anders meer te doen.
Dat punt over Excel is belangrijk om bij stil te staan. Een monitoringsprogramma dat in spreadsheets leeft, werkt prima bij één ronde per seizoen. Bij vier rondes in zes weken, over een steeds groter deel van de dijk en met meer betrokken mensen, wordt de spreadsheet de bottleneck en uiteindelijk het risico.
Wat dit betekent voor een waterschap
De droogte van 2026 zal eindigen en de inspectierondes zullen weer afnemen. Maar wat het de moeite waard maakt om hierop vooruit te plannen in plaats van het louter te ondergaan, is dat het KNMI in januari 2026 de droogtemonitoring heeft uitgebreid naar het hele jaar door, naast de periode van april tot september die tot dan toe werd gehanteerd. Dit is gedaan omdat eigen onderzoek uitwijst dat meteorologische droogte al vóór april kan beginnen en de kans daarop door klimaatverandering toeneemt.
Een programma dat is gebouwd voor een uitzonderlijk jaar, wordt telkens opnieuw opgetuigd zodra zo'n jaar zich aandient. De vragen die u bij elk monitoringsprogramma moet stellen, zijn dan ook of het een dossier oplevert dat u morgen zo aan een auditor kunt overhandigen, en of ronde drie echt vergelijkbaar is met ronde één.
Voor teams die al vliegen, zorgt herhaalbare missieplanning voor de vergelijkbaarheid en fleet management voor het overzicht. Meer over de werkwijze van Zuiderzeeland leest u in hun casestudy.
*Foto: Hoogheemraadschap van Delfland, droogte-inspectie augustus 2026


