Handleiding: Rollen Beheren

Handleiding: Rollen Beheren

Rollen en machtigingen zijn een fundamenteel onderdeel van het beheren van een werkruimte met meerdere gebruikers. Ze stellen je in staat om te bepalen wie wat mag zien en doen, waardoor dataveiligheid en de juiste delegatie van verantwoordelijkheden gewaarborgd worden. AirHub gebruikt een tweelaags rolesysteem: Organisatieniveau en Teamniveau.

Rollen en machtigingen zijn een fundamenteel onderdeel van het beheren van een werkruimte met meerdere gebruikers. Ze stellen je in staat om te bepalen wie wat mag zien en doen, waardoor dataveiligheid en de juiste delegatie van verantwoordelijkheden gewaarborgd worden. AirHub gebruikt een tweelaags rolesysteem: Organisatieniveau en Teamniveau.

Geschreven door: Scott de Jong

Begrijpen van Rollen

1.1 Overzicht

Rollen in AirHub bepalen wat elke gebruiker kan zien en doen binnen het platform.
Er zijn twee niveaus van rollen: Organisatieniveau Rollen, die de algemene toegang tot de werkruimte definiëren, en Teamniveau Rollen, die de permissies binnen een specifiek team regelen.

1.2 Organisatieniveau Rollen

Deze rollen bepalen de toegang van een gebruiker binnen de gehele organisatie.

  • Organisatiebeheerder
    Heeft volledige, onbeperkte toegang tot alle data en instellingen binnen de gehele organisatie.
    Kan leden beheren, teams creëren en verwijderen, alle missies en middelen bekijken en bewerken, en organisatiebrede instellingen configureren.

  • Medewerker
    Heeft algemene toegang tot de organisatie maar kan geen instellingen van hoog niveau wijzigen.
    Hun toegang tot missies, middelen en data hangt af van hun teamtoewijzingen en rollen op teamniveau.

1.3 Teamniveau Rollen

Deze rollen definiëren de specifieke functie en bevoegdheden van een gebruiker binnen een team.

  • Teambeheerder
    Kan hun toegewezen team beheren.
    Heeft toestemming om leden toe te voegen of te verwijderen, teamrollen toe te wijzen en teamspecifieke instellingen te bewerken.

  • Piloot
    Kan worden aangewezen als de Gezagde Piloot voor missies binnen hun team.

  • Waarnemer
    Kan worden aangewezen als Visuele Waarnemer of ondersteunend lid voor missies.

  • Laadoperator
    Kan worden aangewezen om specifieke ladingen, zoals camera's of sensoren, tijdens missies te bedienen.

1.4 Hoe Rollen te Beheren

1.4.1 Toewijzen van een Organisatiebeheerder

Gebruik dit proces om topniveau administratieve rechten voor uw gehele werkruimte toe te kennen of in te trekken.

  1. Zorg ervoor dat u uw Beheerder Werkruimte hebt geselecteerd vanuit de Werkruimte wisselaar.

  2. Navigeer naar het Beheren gedeelte in de zijbalk en klik op Leden.

  3. Klik op het lid wiens rol u wilt wijzigen.

  4. Klik op het drie-puntjes menu (⋮) in de bovenhoek.

  5. Klik op Bewerken.

  6. In het venster dat verschijnt, gebruikt u de schakelaar om de Beheerder rol voor de gebruiker in of uit te schakelen.

  7. Klik op Opslaan om de wijzigingen te bevestigen.

1.4.2 Toewijzen van Teamrollen

Teamrollen definiëren wat een lid kan doen binnen een specifiek team. Dit kan gedaan worden door een Organisatiebeheerder of een Teambeheerder.

Voor Organisatiebeheerders

  1. Selecteer uw Beheerder Werkruimte.

  2. Ga naar Beheren > Teams.

  3. Klik op het team dat u wilt beheren en open het tabblad Leden.

  4. Vink het vakje aan naast de leden wiens rollen u wilt bewerken en klik op Bewerken.

  5. Gebruik de schakelaars om de gewenste rollen toe te wijzen (Teambeheerder, Piloot, Waarnemer of Laadoperator).

  6. Klik op Opslaan.

Voor Teambeheerders

  1. Selecteer uw Team Werkruimte vanuit de Werkruimte wisselaar.

  2. Ga naar Beheren > Leden.

  3. Vink het vakje aan naast de leden wiens rollen u wilt wijzigen en klik op Bewerken.

  4. Gebruik de schakelaars om de gewenste rollen toe te wijzen.

  5. Klik op Opslaan.

Op deze pagina